Pieter Aukes (1923-1945)
Kantoorbediende bij zaadhandel Zwaan & De Wiljes
Het in 2025 uitgekomen boek Ik ben zo weer terug waarin alle 67 omgekomen verzetsmensen uit de gemeente Oldambt een gezicht kregen, roept bij nabestaanden diverse herinneringen op. De een komt met essentiële aanvullingen, de ander diept nog een familielid op die ook bezweken is aan de naziterreur.
Door Cees Stolk, maart 2026
Zoals Pieter Aukes uit Scheemda die in een strafkamp omkwam in Wilhelmshaven en op 4 mei 1945 (!) overlijdt in een noodhospitaal in Delfzijl, Zijn nicht Zwannet Bos verdiepte zich in het leven van haar oom, die in Beerta is geboren.
Op deze plek bewijzen wij deze verzetsman die zijn leven gaf voor ons leven in vrede en veiligheid, alsnog de eer.
"Hij woog nog maar 25 kilo"
Oma Zwaantje kent een vast ritueel als haar kleindochter Zwannet bij haar op bezoek komt. Steevast neemt ze de kleine meid dan mee naar de nabijgelegen begraafplaats in Scheemda. “Dan gingen we naar het graf van oom Pieter die ik niet kende. Ik had toen het besef niet dat dat bezoek voor oma zo belangrijk was.” Maar ze gaat braaf mee, “…want dan liepen we over een loopplank over een slootje en dat vond ik reuze spanend. Ik herinner me dat zij altijd een bosje goudsbloemen bij zich had en die op het graf legde.” Heel toepasselijk: de goudsbloem als symbool van genegenheid.
Pas later, veel later, als zij zelf de jaren des onderscheids bereikt, dringt de betekenis van dat bezoekje tot haar door. Haar moeder wil dat het graf van haar broer die omgekomen is door Duitse terreur, niet wordt vergeten. En dus gaat haar dochter op onderzoek uit en achterhaalt wie oom Pieter Aukes bij leven was.
Het leven van Pieter Aukes
Pieter is de oudere broer van haar moeder Tiny. Pieter Aukes, geboren in Beerta maar opgegroeid in een gezin van vier kinderen aan de Molenlaan in Scheemda, is 16 jaar als de oorlog uitbreekt. Zijn oudere broer Hendrik is van het begin af actief in het verzet en voorziet onderduikers van bonkaarten. Hij werkt op het distributiekantoor en kan zo voedselbonnen bemachtigen. Na zijn eindexamen ULO gaat Pieter als kantoorbediende werken bij zaadhandel Zwaan & De Wiljes. Wellicht geïnspireerd door zijn oudere broer verleent Pieter hem hand- en spandiensten. Halverwege 1943 krijgt hij een oproep om zich bij de Arbeitseinsatz te melden maar hij weigert. Hij duikt onder en vindt onderdak in Overijssel, in de buurt van Nijverdal bij een boerenfamilie waar hij net als andere onderduikers meewerkt op de boerderij.
Broer Hendrik
Zijn oudere broer Hendrik duikt een paar maanden later onder in Nijverdal en vlucht, nadat hij is herkend door een NSB’er uit Scheemda, naar Markelo, waar hij uiteindelijk benoemd wordt tot commandant van de knokploeg nadat zijn voorgangers door de nazi’s waren gefusilleerd. Hij overleeft de oorlog en wordt later burgemeester van Ezinge.
De arrestatie van Pieter
Voor zijn jongere broer Pieter slaat echter het noodlot toe. Met nog enkele onderduikers wil hij in december 1944 naar huis. Kerst willen zij thuis vieren. Met de schop aan de fiets vertrekken zij naar het Noorden. Zo doen zij zich voor als arbeiders die in Duitsland moeten werken maar onderweg bij een Ausweis-controle zijn de persoonsbewijzen van enkele kameraden niet in orde en belanden zij in het Huis van Bewaring in Assen. Pieter Aukes wordt gemarteld, onder meer omdat zijn ondervragers willen weten waar zijn ondergedoken broer Hendrik uithangt.
Strafkamp Schwarzer Weg bij Wilhelmshaven
Begin januari gat hij op transport naar het strafkamp bij Wilhelmshaven. Dit werkkamp is een horror kamp. Op het laatst van de oorlog transporteren de nazi’s met name Noorderlingen daar naar toe. Groningers, Friezen en Drenten leven daar onder erbarmelijke omstandigheden. De kou is niet te harden; ze lijden honger en zitten onder de luizen. Mishandelingen en straffen zijn aan de orde van de dag.
Al vroeg staan de gevangenen op appèl, ruimen ze puin en graven ze greppels. Onzinnig maar uitputtend werk. Drie maanden verblijft Aukes in deze ‘hel op aarde’ als hij met 300 andere gevangenen met een ziekentransport naar Delfzijl mag. De nazi’s voelen de hete adem in hun nek van oprukkende geallieerden. Op 16 april 1945 meert het schip in de haven aan.
Voor Aukes baat die ‘bevrijding’ echter niet. Hij is zo uitgemergeld en zo verzwakt dat hij in de havenstad in het noodhospitaal van het Rode Kruis, het gymlokaal van een lagere school, belandt. Hij heeft tbc en dysenterie opgelopen en weegt nog maar 25 kilo.
Net op tijd
Pieter Aukes beseft dat hij niet lang meer te leven heeft, dat hij stervende is. Aan verpleegster Geertje Gierman uit Delfzijl vraagt hij op zijn sterfbed: “Ik zie mijn moeder toch nog wel?” De verpleegster wil hem niet teleurstellen en beaamt dat elke keer wanneer Pieter haar dit vraagt, zelfs op de laatste avond wanneer de arts haar meedeelt dat Pieter de nacht niet zal halen. Ze is onwetend dat diezelfde avond schoolmeester Bodde onderweg is naar Scheemda waar hij vandaan komt. Zijn familie woont daar. Hij weet de ouders van Pieter te bereiken en licht hen in over de gezondheid van hun zoon. Ze arriveren midden in de nacht, een uur voordat hij de laatste adem uitblaast, op 4 mei 1945.
Kleindochter Zwannet weet dat haar opa, oma en moeder nog afscheid van hun zoon en broer hebben kunnen nemen. Op 5 mei wordt het lichaam van Pieter Aukes thuisgebracht in Scheemda en vier dagen later volgt de teraardebestelling.
Altijd herdenken
Op 4 mei staat Zwannet altijd twee minuten stil bij het overlijden van haar oom. Zij onderhoudt zijn graf ook, dat heeft ze aan haar moeder beloofd. Nog niet zo lang geleden is de belettering op de grafsteen bijgekleurd en ziet er weer fris uit:
“Na veel te hebben geleden in een Duits concentratiekamp
Rust zacht lieve Piet.
Wat God ons had gegeven, dat nam hij ook weer af.
Maar ‘t beste blijft toch leven,
t verzinkt niet weg in het graf.
Laatste medegroet van de bewoners van de Molenstraat.’’
Boek ‘Oorlogsjaren van een zondagskind’
Over het leven van haar oom schrijft zij onder haar meisjesnaam Zwannet Bos vele jaren later een boek: Oorlogsjaren van een zondagskind, ISBN 9789057861536.









